AUKE JELSMA

Tussen feit en fictie tasten naar de werkelijkheid

Gods ontheemden

Uitgeverij Kok, Kampen, 1997, 72 pag.

De teksten in dit boek werden eerder uitgesproken in het NCRV-programma

ĎWoord op Zondagí

HebreeŽn 11 behoort tot de meest intrigerende gedeelten van het Nieuwe Testament. De schrijver probeert hiermee een inmiddels verlamd geraakte, aftandse kerk nieuw leven in te blazen. Hij vindt dat de christenen te gesetteld geraakt zijn. Om hen weer in beweging te krijgen, houdt hij hun twee reeksen geloofsgetuigen uit een ver verleden voor. In de eerste reeks komen aan de orde: Abel, Henoch, Noach, Abraham en Sara.

Aan de hand van deze voorbeelden hoopt hij de volgelingen† van Christus weer op gang te helpen. Ze moeten beseffen dat zij voor een God gekozen hebben die zich niet langer thuisvoelt op deze aarde, die een allochtoon geworden is. Dat hoort gevolgen te hebben voor hun levenshouding.

 

Het is de moeite waard na te gaan hoe de schrijver van de HebreeŽnbrief die figuren uit een ver verleden naar zich toe gehaald heeft. Het is niet minder de moeite waard te onderzoeken wat dit betekent voor mensen die zich aan het einde van de 20ste eeuw nog steeds willen laten inspireren door de God die zich in het volk IsraŽl en de figuur van Jezus van Nazareth op zoín intrigerende wijze heeft laten kennen.

ISBN 90 242 9327 8